Kritisch denken als vak in het HBO

Docent Kaki Markus vertelt hoe dat gaat. ‘Studenten moeten leren om objectief na te denken over de keuzes die zij maken. Ook als ze een opdracht doen voor een bedrijf.’, zo stelt Kaki Markus. Als docent aan de HEAO heeft ze verschillende generaties studenten opgeleid. ‘Vooral bij bedrijfsopdrachten en afstudeerscripties zie je dat studenten worstelen met de vragen die worden gesteld.’

‘Het gevolg is dat de student zoveel mogelijk informatie gaat verzamelen – in de hoop dat hieruit dan een antwoord volgt. Vervolgens lopen ze vast in de analyse: wat is relevant, wat is belangrijk en wat niet. Eigenlijk zou een student in de eindjaren van zijn studie in staat moeten zijn om keuzes te maken en zijn zoekproces te sturen. Daarom moeten studenten tijdens de opleiding hun analytische vaardigheden ontwikkelen. Ze moeten leren om goede vragen te stellen, relevante informatie te verzamelen, te analyseren en op basis hiervan een afgewogen oordeel te geven.

‘In de praktijk zie ik dat studenten dankbaar zijn dat een bedrijf hen een stage- of afstudeerplek biedt. Ze willen graag dat het onderzoek uitkomsten oplevert die de opdrachtgever welgevallig zijn. Toch is het hun taak om – binnen die dankbaarheid – eerlijk en objectief onderzoek te doen. Ze moeten niet “naar een uitkomst toe redeneren” maar objectief met informatie omgaan. Het is misschien lastig als je met bezwaren komt en met argumenten die de opdrachtgever liever niet hoort. Tegelijk is het broodnodig. Een eerlijk onderzoek is in het belang van de student én het bedrijf.’

Kritisch denken als HBO-vak
Op basis van de lesmethode die is geïntroduceerde door Timo ter Berg (Stichting Kritisch Denken) geven drie docenten nu het vak ‘kritisch denken’ in het tweede jaar van de IBMS (Engelstalig) In Amsterdam. ‘Het is een knap lastig vak.’, vertelt Kaki Markus. ‘We leren de studenten om te werken met zogeheten redeneerschema’s. Aan de hand van een tekst moeten ze in één zin de kern van het betoog weergeven; de stelling. Vervolgens moeten ze de redenatie van de auteur, met al z’n manco’s en (on)duidelijkheden weergeven in een redeneerschema om uiteindelijk te kunnen beoordelen of de stelling van de auteur geaccepteerd of verworpen zou moeten worden. Dat vraagt veel: kennis van het onderwerp maar ook het vermogen om na te denken over je aanpak, visie en perspectief. Om deze vaardigheden te ontwikkelen moeten de studenten flink aan het werk. Ze moeten veel aandacht besteden aan hun huiswerkopdrachten – anders krijg je dit niet onder de knie. Daarnaast is dit een heel confronterend vak. Het is helemaal niet leuk als je een – naar jouw idee sluitende – redenatie hebt opgezet en een ander prikt daar doorheen. Zo wordt zichtbaar je het onderwerp eenzijdig hebt bekeken, zonder op zoek te gaan naar een andere invalshoek. Ook blijkt soms dat je je hebt laten leiden door je eigen opvattingen en overtuigingen. Dat is lastig en persoonlijk.

Opleiding voor de docent
Om het vak onder de knie te krijgen, zijn Kaki en haar collega’s eerst zelf op cursus gegaan. Tien middagen kregen ze les van Timo ter Berg. Eerst maakten ze zelf alle opdrachten die ze met de studenten zouden gaan doen. Vervolgens ontwierpen de docenten zelf nieuwe opdrachten en oefenden ze met meer ingewikkelde problemen. ‘We werken in dit vak met het computerprogramma Rationale.’, vertelt Kaki Markus. ‘Een heel gebruiksvriendelijk programma. Het vak is vooral inhoudelijk heel pittig. Het goed werken met redeneerschema’s en het juist opsplitsen van argumenten vraagt veel inzicht en ervaring. Je moet de met elkaar samenhangende redenen en bezwaren op een logische wijze groeperen. Het zien van die samenhang, het beoordelen van de mate van samenhang en het beoordelen van de relevantie is moeilijk. Je begint met het formuleren van redenen en bezwaren. Die plaats je in een logisch verband. Vervolgens ga je alle redenen één voor één af om ze zowel individueel als in samenhang met de daaraan verbonden uitspraken op waarde te schatten. Uiteindelijk ben je in staat om tot een afgewogen oordeel te komen: moet de initiële uitspraak, het uitgangspunt of het plan worden geaccepteerd of verworpen?

Glashelder
Ook taalvaardigheid speelt een rol. Bij het analyseren van teksten moeten studenten de inhoud in een redeneerschema plaatsen. Emotionele uitspraken – maar ook zinnen die beginnen met die of dat – moeten preciezer worden geformuleerd zodat glashelder blijkt wat er wordt bedoeld. Wanneer studenten de tekst niet goed interpreteren doen ze de redenatie van de auteur geweld aan. Het schema verliest dan aan waarde: de inhoud geeft de inhoud van het betoog niet goed weer. Het gevolg is dat je de stelling waarop het schema is gebaseerd niet meer objectief accepteren of verwerpen.

‘Als docenten moesten we stevig aan de slag om dit vak onder de knie te krijgen. Je moet bereid zijn om te vallen en weer op te staan. Gelukkig merkten we wel dat oefenen echt helpt: het is simpelweg een kwestie van ‘kilometers maken’. Zelf hebben we door heel veel opdrachten te maken gemerkt dat we echt zuiverder gingen redeneren. Ook worden wij er al werkende steeds beter in om onze kennis over te brengen op de student. Je hoort in de klas soms een redenatie die gewoon nergens op slaat. Dan is het soms lastig om te achterhalen wat de student precies bedoelt. Dat ga je gelukkig steeds sneller zien en achterhalen. In de loop van de tijd hebben we ook een aantal oefeningen gevonden waarbij je van te voren weet dat ze een leermoment opleveren. Je neemt een controversiële uitspraak, bijvoorbeeld ‘de doodstraf is noodzakelijk’. Als je studenten daar een redeneerschema bij laat maken, dan gaat het bijna gegarandeerd fout. De eigen mening speelt dan bijna altijd een rol.’

Ideaalbeeld
‘Eigenlijk is kritisch denken een vak dat binnen alle vakken terug moet komen.’, vertelt Kaki Markus. ‘Mijn ideaalbeeld zou dan ook zijn dat alle docenten op onze school in staat worden gesteld om zich de ‘kritisch denken’-methode eigen te maken. Ze zouden deze dan binnen hun eigen vak kunnen integreren. Zo kunnen studenten dan zien dat kritisch denken vakken overstijgt, dat het op allerlei gebieden leidt tot meer inzicht en dat je dus betere beslissingen kunt nemen. Tegelijk besef ik me dat dit waarschijnlijk niet haalbaar is: je vraagt enorm veel extra inspanning en betrokkenheid van iedere docent. En dan heb ik het nog niet eens over tijd en geld. Ik vind wel dat het vak minimaal onderdeel zou moeten zijn van het curriculum van iedere HBO-opleiding. Het vermogen om kritisch te denken zou een basiskwaliteit moeten zijn van al onze afgestudeerden.’

Timo ter Berg ontwikkelde voor Nederland de methode ‘Kritisch denken’. Meer informatie hierover vindt u op www.kritischdenken.nl. Er is ook een lesboek: isbn 978 90 430 1796 1.

Comments are closed.